| Felicitaties |
|
|
|
|
Vanuit alle (geestelijke) windstreken van ons land komen er felicitaties binnen voor het 400 jaar baptisme.
Heel veel mensen hebben wereldwijd geleerd en genoten van het beroemde boek van een van uw eerste voorgangers, de ketellapper John Bunyan: 'Christenreis naar de Eeuwigheid'. Het welbekende allegorische verhaal over een man die op zoek gaat naar God. Het boek is in 200 talen verschenen en behoort tot de meest gelezen boeken ter wereld. Onder de lezers zijn vele niet-baptisten. En ook dat duidt op eenheid. Als het gaat om het hart van het geloof, vallen heel veel verschillen en grenzen weg. Na Bunyan is er in uw gemeenten veel gebeurd. U bent als kerkgenootschap met uw tijd meegegaan, u hebt nieuwe vormen voor vieringen gevonden en u spreekt een eigentijdse geloofstaal. Bij een van de gemeenten die is aangesloten bij uw Unie, kwam ik een prachtige missie tegen. ‘Wij verlangen ernaar een herbergzame, inspirerende en dienende gemeenschap van toegewijde volgelingen van Jezus Christus te zijn, die door de kracht van Gods Geest zodanig verschil maken in hun omgeving, dat mensen God leren kennen.' Die 35 woorden zijn ook uit mijn hart gegrepen. Ik wens al uw gemeenten de Geestkracht om die missie waar te maken. De wereld wacht op mensen die vanuit de liefde van Christus meehelpen om de wereld te verbeteren. André Rouvoet
Het is een vreugde de 90 miljoen baptisten wereldwijd te feliciteren met het 400-jarige gezegende bestaan van hun beweging. Het is tegelijk een mooie gelegenheid een paar vraagjes te stellen. Hebben jullie van de grootdoop niet een te groot issue gemaakt? Hij komt zelfs in jullie naam voor! Moet dat vandaag nog echt? Wordt het niet eens tijd wat meer ruimte te geven aan christenen die vasthouden aan hun kinderdoop? En sommige wel érg traditionele baptistengemeenten zou ik willen vragen: dreigt het hedendaagse werk van de Heilige Geest, dat al zoveel kerken en gemeenten in beweging heeft gebracht, niet langs jullie heen te gaan? Maar voor de rest: ga vrolijk voort op 's Heren wegen! Er gebeurt heel veel moois onder jullie, waar al jullie medechristenen blij over zouden moeten zijn! Willem Ouweneel
Vanaf 1912 hielden pinkstergelovigen en baptisten in Amsterdam hun samenkomsten in dezelfde straat, heel toepasselijk de Kerkstraat geheten. Wij waren bijna buren, maar trokken strikt gescheiden op. In de oorlogsjaren ontstond een voorzichtige toenadering. Toen in de jaren zestig een voormalig baptist, Dick Voordewind, voorzitter werd van de Broederschap van Pinkstergemeenten, kwamen er ontmoetingen met de Unie tot stand. Gedurende enige jaren werden vertegenwoordigers naar elkaars jaarvergaderingen afgevaardigd. Sindsdien is de waardering wederzijds toegenomen. Baptisten- en pinkstergemeenten hebben veel gemeen. Beide geloofsgemeenschappen hechten grote waarde aan het Schriftgezag, een persoonlijke relatie met God en de doop op belijdenis. Met dat laatste zijn baptisten en pinkstermensen vaak heel zichtbaar in kerk en samenleving; confronterend en radicaal. Het ‘zie, daar is water' wordt door ons op dezelfde wijze toegepast. De verschillen liggen op het terrein van de pneumatologie. Waar voorheen de verschillen werden benadrukt, hebben wij nu meer oog voor wat ons bindt, en dat is heel veel. Cees van der Laan
Tot mijn verzameling catechisatieboekjes behoort ook dat van Bunyan. Daarin ontroeren mij telkens weer de sterk op geloof en bekering betrokken vragen en antwoorden. Ik denk aan de volgende vragen: ‘Vraag: Indien zulk een arme zondaar als ik ben, van de toekomende toorn begeert verlost te worden, hoe moet ik dan geloven? Antwoord: De eerste vraag zou zijn, in Wie gij moet geloven. Vraag: In Wie moet ik dan geloven? Antwoord: In de Here Jezus Christus.' Ik vind dit goud! Hier klopt het hart van ons christelijk geloof. En dan de stem van een andere baptist: prof. dr. J. Reiling (1923-2005). Op een minisymposium van de Stichting Philadelphia te Nunspeet in 1987 zei hij: ‘Wat het woord verlossing betekent, is mij een keer bijzonder goed duidelijk geworden bij een vriend die lichamelijk zwaar gehandicapt is. Hij kan ontzettend moeilijk spreken, maar als hij spreekt dan zijn het vaak woorden als van God. Nooit vergeet ik dat ik bij een gelegenheid naar hem luisterde en toen had hij het over de verlossing van ons lichaam. Hij straalde en zei: ‘De verlossing van mijn lichaam.' Meer zei hij niet. Nooit heeft iemand mij zo duidelijk gemaakt wat de diepte en de strekking is van dat zo vaak aangehaalde woord van Paulus uit Romeinen 8 vers 23: De verlossing van het lichaam.' Ook dat is goud! Bij mijn gelukwens wil ik een persoonlijke wens voegen. Is het mogelijk om op één van uw congressen in 2009 aandacht te besteden aan wat de kerk, waartoe ik behoor, belijdt in de Dordtse Leerregels, I.17: ‘Aangezien wij de wil van God uit zijn Woord moeten verstaan en dit getuigt dat de kinderen van de gelovigen heilig zijn, niet van nature, maar uit kracht van het genadeverbond, waarin zij met hun ouders begrepen zijn, moeten godvrezende ouders niet twijfelen aan de verkiezing en het heil van hun kinderen, wanneer God deze in hun vroegste jaren uit dit leven wegneemt.' Deze belijdenis vind ik zo kostbaar. Wim Verboom, |



Gelukwens
Een paar vraagjes
Zie, daar is water
Het hart van ons christelijk geloof