Felicitaties PDF Afdrukken E-mail

Vanuit alle (geestelijke) windstreken van ons land komen er felicitaties binnen voor het 400 jaar baptisme.

rouvoet.pngGelukwens
Van harte feliciteer ik u als Unie van Baptisten Gemeenten met het 400-jarig bestaan van uw kerkgenootschap. Hoewel in Nederland ontstaan, is uw kerkgenootschap ook enorm verbreid in het buitenland. Het mooie daarvan is, dat u overal op de wereld medebaptisten kunt ontmoeten. En hoe verschillend u als baptisten in Amerika, Afrika of Europa ook zult zijn, daarin laat u eenheid zien op wereldschaal.

Heel veel mensen hebben wereldwijd geleerd en genoten van het beroemde boek van een van uw eerste voorgangers, de ketellapper John Bunyan: 'Christenreis naar de Eeuwigheid'. Het welbekende allegorische verhaal over een man die op zoek gaat naar God. Het boek is in 200 talen verschenen en behoort tot de meest gelezen boeken ter wereld. Onder de lezers zijn vele niet-baptisten. En ook dat duidt op eenheid. Als het gaat om het hart van het geloof, vallen heel veel verschillen en grenzen weg. Na Bunyan is er in uw gemeenten veel gebeurd. U bent als kerkgenootschap met uw tijd meegegaan, u hebt nieuwe vormen voor vieringen gevonden en u spreekt een eigentijdse geloofstaal.

Bij een van de gemeenten die is aangesloten bij uw Unie, kwam ik een prachtige missie tegen. ‘Wij verlangen ernaar een herbergzame, inspirerende en dienende gemeenschap van toegewijde volgelingen van Jezus Christus te zijn, die door de kracht van Gods Geest zodanig verschil maken in hun omgeving, dat mensen God leren kennen.' Die 35 woorden zijn ook uit mijn hart gegrepen. Ik wens al uw gemeenten de Geestkracht om die missie waar te maken. De wereld wacht op mensen die vanuit de liefde van Christus meehelpen om de wereld te verbeteren.

André Rouvoet
Vice-premier en minister voor Jeugd en Gezin

ouweneel.pngEen paar vraagjes
Tegelijk moet je vaststellen dat je in de VS baptisten hebt in vele maten en soorten. Wat dat betreft is het ze niet beter vergaan dan zo vele protestanten. In Nederland: uniebaptisten en 'vrije' baptisten, en onder deze laatste gemeenten ABC- en niet-ABC-gemeenten. Sommige gemeenten zijn nog uiterst traditioneel en nauwelijks boven het Johannes de Heer-stadium uitgegroeid, andere zijn van de doorsnee evangelische gemeenten niet (meer) te onderscheiden (ik weet het, want ik heb in vele baptistengemeenten mogen preken).

Het is een vreugde de 90 miljoen baptisten wereldwijd te feliciteren met het 400-jarige gezegende bestaan van hun beweging. Het is tegelijk een mooie gelegenheid een paar vraagjes te stellen. Hebben jullie van de grootdoop niet een te groot issue gemaakt? Hij komt zelfs in jullie naam voor! Moet dat vandaag nog echt? Wordt het niet eens tijd wat meer ruimte te geven aan christenen die vasthouden aan hun kinderdoop? En sommige wel érg traditionele baptistengemeenten zou ik willen vragen: dreigt het hedendaagse werk van de Heilige Geest, dat al zoveel kerken en gemeenten in beweging heeft gebracht, niet langs jullie heen te gaan? Maar voor de rest: ga vrolijk voort op 's Heren wegen! Er gebeurt heel veel moois onder jullie, waar al jullie medechristenen blij over zouden moeten zijn!

Willem Ouweneel
Verbonden aan de Evangelische Hogeschool in Amersfoort, hoogleraar dogmatische vakken aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven, België, en docent Dogmatiek aan de Evangelische Theologische Academie in Nederland

vdlaan.pngZie, daar is water
Graag sluit ik mij aan in de rij om u van harte te feliciteren met het 400-jarig bestaan van het baptisme wereldwijd. Dat het begon in Amsterdam is een mooi aanknopingspunt, want daar stond ook de wieg van de eerste Pinkstergemeente in Nederland, die in 2007 haar eerste eeuwfeest mocht vieren. De relatie tussen onze twee kerkgenootschappen kende overigens een moeizame start. Eventjes leek het wat te worden, toen een aantal baptisten uit Sneek en Harlingen belangstelling toonde voor de pinksterboodschap, waaronder voorganger Gerrit de Wilde, maar dat bleek van korte duur. In 1911 was de Unie van Baptisten Gemeenten het eerste Nederlandse kerkgenootschap dat met een officiële verwerping van de Pinksterbeweging kwam.

Vanaf 1912 hielden pinkstergelovigen en baptisten in Amsterdam hun samenkomsten in dezelfde straat, heel toepasselijk de Kerkstraat geheten. Wij waren bijna buren, maar trokken strikt gescheiden op. In de oorlogsjaren ontstond een voorzichtige toenadering. Toen in de jaren zestig een voormalig baptist, Dick Voordewind, voorzitter werd van de Broederschap van Pinkstergemeenten, kwamen er ontmoetingen met de Unie tot stand. Gedurende enige jaren werden vertegenwoordigers naar elkaars jaarvergaderingen afgevaardigd. Sindsdien is de waardering wederzijds toegenomen.

Baptisten- en pinkstergemeenten hebben veel gemeen. Beide geloofsgemeenschappen hechten grote waarde aan het Schriftgezag, een persoonlijke relatie met God en de doop op belijdenis. Met dat laatste zijn baptisten en pinkstermensen vaak heel zichtbaar in kerk en samenleving; confronterend en radicaal. Het ‘zie, daar is water' wordt door ons op dezelfde wijze toegepast. De verschillen liggen op het terrein van de pneumatologie. Waar voorheen de verschillen werden benadrukt, hebben wij nu meer oog voor wat ons bindt, en dat is heel veel.

Cees van der Laan
Bijzonder hoogleraar Pentecostalisme aan de Vrije Universiteit in Amsterdam

verboom.pngHet hart van ons christelijk geloof
Het is een mooi moment dat u als zusterkerk uw 400-jarig bestaan mag vieren. Dat zijn vier eeuwen van Gods trouw. Van harte wens ik u geluk met deze blijde gebeurtenis. Ik voel me zo verbonden met de kern van ons gemeenschappelijk geloof. Uw hoge achting van het Woord van God, uw zo sterk christologisch toegespitst geloof en ook de bevindelijke zijde van het leven met God. Het mag worden beleden als het werk van de drie-enige God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Tot mijn verzameling catechisatieboekjes behoort ook dat van Bunyan. Daarin ontroeren mij telkens weer de sterk op geloof en bekering betrokken vragen en antwoorden. Ik denk aan de volgende vragen: ‘Vraag: Indien zulk een arme zondaar als ik ben, van de toekomende toorn begeert verlost te worden, hoe moet ik dan geloven? Antwoord: De eerste vraag zou zijn, in Wie gij moet geloven. Vraag: In Wie moet ik dan geloven? Antwoord: In de Here Jezus Christus.' Ik vind dit goud! Hier klopt het hart van ons christelijk geloof.

En dan de stem van een andere baptist: prof. dr. J. Reiling (1923-2005). Op een minisymposium van de Stichting Philadelphia te Nunspeet in 1987 zei hij: ‘Wat het woord verlossing betekent, is mij een keer bijzonder goed duidelijk geworden bij een vriend die lichamelijk zwaar gehandicapt is. Hij kan ontzettend moeilijk spreken, maar als hij spreekt dan zijn het vaak woorden als van God. Nooit vergeet ik dat ik bij een gelegenheid naar hem luisterde en toen had hij het over de verlossing van ons lichaam. Hij straalde en zei: ‘De verlossing van mijn lichaam.' Meer zei hij niet. Nooit heeft iemand mij zo duidelijk gemaakt wat de diepte en de strekking is van dat zo vaak aangehaalde woord van Paulus uit Romeinen 8 vers 23: De verlossing van het lichaam.' Ook dat is goud!

Bij mijn gelukwens wil ik een persoonlijke wens voegen. Is het mogelijk om op één van uw congressen in 2009 aandacht te besteden aan wat de kerk, waartoe ik behoor, belijdt in de Dordtse Leerregels, I.17: ‘Aangezien wij de wil van God uit zijn Woord moeten verstaan en dit getuigt dat de kinderen van de gelovigen heilig zijn, niet van nature, maar uit kracht van het genadeverbond, waarin zij met hun ouders begrepen zijn, moeten godvrezende ouders niet twijfelen aan de verkiezing en het heil van hun kinderen, wanneer God deze in hun vroegste jaren uit dit leven wegneemt.' Deze belijdenis vind ik zo kostbaar.

Wim Verboom,
Emeritus hoogleraar Universiteit Leiden

 
| Copyright 2008 | design and hosting by: WoodyDesign |